Wat gaat voor: de wilsbekwame schriftelijke wilsverklaring of de niet-consistente levenswens van iemand die dementie heeft?

Miriam de Bontridder

De wetsgeschiedenis rond de schriftelijke wilsverklaring wijst uit dat het in strijd met de strekking van de Euthanasiewet zou zijn indien aan de niet consistente levenswens van een eenmaal wilsonbekwaam geworden persoon voorrang wordt gegeven boven de schriftelijke wilsverklaring die de desbetreffende persoon voorafgaand aan zijn wilsonbekwaamheid heeft opgesteld. Dit neemt niet weg dat er omstandigheden kunnen zijn die voor de euthanasiearts gegronde redenen vormen om de wilsbekwame doodswens niet in te willigen.

Van de hand van Miriam de Bontridder, bestuurslid van Stichting De Einder, is in het Nederlands Juristenblad, aflevering 37, 2019 een artikel verschenen dat de vraag behandelt wat prevaleert: Is dat de schriftelijke wilsverklaring van een wilsbekwaam iemand of is dat de niet-consistente levenswens van die persoon in de fase waarin hij/zij zich over de begrippen leven of dood geen wil meer kan vormen. Haar conclusie zoals die in het Nederlands Juristenblad, aflevering 37, 2019 te lezen valt, komt erop neer dat de euthanasiearts geen betekenis aan niet-consistente levenswensen hoeft te hechten, hetgeen niet wegneemt dat er desondanks gegronde redenen kunnen zijn om aan de schriftelijke wilsverklaring geen gevolg te geven.