De wet

De wet

Hoewel in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht zelfdoding niet strafbaar is gesteld, is dat wel het geval met de hulp erbij. Momenteel is het een veel bediscussieerd wetsartikel dat bij een zelfeuthanasie soms uiterst onaangename consequenties heeft voor familie, intimi, consulenten en andere hulpverleners.

De vraag waar het om gaat is een simpele, maar daarom nog niet makkelijk te beantwoorden want niet alle hulp is verboden. Welke hulp is dus niet en welke hulp is wel verboden en is het onderscheid helder?

Artikel 294 Wetboek van Strafrecht

De strafbaarheid van hulp bij zelfdoding wordt in artikel 294 Sr aldus verwoord:

  1. Hij die opzettelijk een ander tot zelfdoding aanzet wordt, indien de zelfdoding volgt, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
  2. Hij die opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam is of hem de middelen daartoe verschaft wordt, indien de zelfdoding volgt, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

Allen die betrokken zijn bij een zorgvuldige zelfdoding of zelfeuthanasie, de persoon zelf, maar ook familie, geliefden, intimi en andere betrokkenen, moeten dus op hun hoede zijn. Wat mag er wel? Wat niet? Bestaat er verschil tussen wat een hulpverlener wel en niet mag en wat de naasten wel en niet mogen? Een consulent van De Einder kan u en uw naasten hierover informeren.

Het is tevens goed te weten dat zelfdoding, ook in de vorm van zelfeuthanasie, beschouwd wordt als een niet-natuurlijke dood. Alleen de levensbeëindiging na een proces van bewust versterven vormt hierop een uitzondering.

Verder is goed te weten dat de eventuele strafbaarheid van de hulp steeds afhankelijk is van het daadwerkelijk plaatsvinden van de zelfdoding.