Nawoord bij demedicalisering van levenseindebeslissingen

Dat euthanasie en hulp bij zelfdoding beter niet tot het exclusief terrein van een arts behoren, betekent niet dat hier aan de arts een taak moet worden ontnomen.

In het stukje van 29 maart 2018 over demedicalisering van levenseindebeslissingen bepleitte De Einder om euthanasie en hulp bij zelfdoding niet meer tot het exclusief terrein van een arts te blijven laten behoren.

Sommige lezers vonden dit in tegenspraak met de opvatting dat daar waar artseneuthanasie mogelijk is, de weg van de artseneuthanasie moet worden bewandeld. Men kreeg verder de indruk dat De Einder een bevoogdende rol aanneemt door een stervensbegeleider alleen hulp te laten verlenen als onomstotelijk vast staat dat een beter leven er niet in zit.

Over het standpunt dat waar artseneuthanasie mogelijk is, deze weg bewandeld moet worden:

Er zijn sterke aanwijzingen dat het Openbaar Ministerie het Heringa-arrest aldus uitlegt dat alle hulp bij zelfdoding die niet door een arts geboden wordt, in beginsel strafbare hulp bij zelfdoding oplevert. Dit zou betekenen, in de visie van het OM, dat hulp die door levenseindeconsulenten wordt verstrekt, onder de huidige wetgeving verboden is. De Einder wil haar consulenten niet het risico van strafrechtelijke vervolging laten lopen in die gevallen waarin dat niet nodig is omdat er een arts beschikbaar is die bij een hulpvrager een humane dood in eigen regie wil bewerkstelligen. Onderwerp van een strafrechtelijke vervolging zijn legt zo’n druk en tijdsbeslag op een consulent dat het hem ervan afhoudt voor hulpvragers die niet voor artseneuthanasie in aanmerking komen, beschikbaar te zijn. Dit is wat De Einder wil voorkomen door als beleid uit te stippelen dat hulpvragers die een arts bereid gevonden hebben om euthanasie te verlenen, naar hun arts worden doorverwezen.

Over de gevolgtrekking dat een hulpvrager eerst een toets moet ondergaan voordat hij door een consulent van De Einder geholpen wordt:

Het gaat hier om het vinden van het precair evenwicht tussen de maatschappelijke opvattingen rond de beschermwaardigheid van het leven en het gehoor geven aan de individuele doodswens van de hulpvrager. Dat laatste behoort tot het privédomein van de hulpvrager waarin naar het oordeel van De Einder zo weinig mogelijk maatschappelijke inmenging moet worden toegelaten: de hulpvrager heeft de vrijheid zijn zelfbeschikkingsrecht voorop te stellen. Maar daarmee is niet gezegd dat van de hulpverlener mag worden gevergd dat hij de maatschappelijke opvattingen omtrent de beschermwaardigheid van het leven geweld aandoet. Als er duidelijke indicaties zijn dat het betere leven dat iemand zich toewenst, geen utopie is maar in de concrete situatie van de hulpvrager met persoonlijke aandacht en/of sociale voorzieningen in de praktijk te bewerkstelligen valt, dan komt aan de hulpverlener de vrijheid toe om aan iemand die duidelijke perspectieven op een beter leven heeft, deze perspectieven als alternatieven voor zelfdoding voor te houden. Van iets opleggen, laat staan iets dwingends opleggen, is daarbij geen sprake: respect voor zelfbeschikking impliceert ook respect voor de wil van de ander om geen perspectieven te willen zien.

De Einder en zorgvuldige zelfdodingen

Op uitnodiging van de Belgische SCEN-artsenorganisatie LEIF heeft Miriam de Bontridder, bestuurslid juridische zaken bij De Einder, tijdens de viering van LEIF’s 15-jarig bestaan over zelfeuthanasie gesproken. Lees hier de tekst van haar voordracht.

De Einder over zelfdoding op uitnodiging van LevensEindeInformatieForum (LEIF)

Miriam de Bontridder

“Wanneer gaan jullie er een eind aan maken?”. Die vraag werd onlangs aan het bestuur van De Einder gesteld door de manager van een conferentieoord nadat één van onze vergaderingen nogal was uitgelopen. Moe van het lange debatteren zijn we in gieren uitgebarsten.

Want de vraag sloeg de spijker op de kop: De Einder is met zelfdoding bezig.

En we noemen het ‘zelfeuthanasie’: het bewerkstelligen van een humane dood in eigen regie zonder dat er een arts bij komt kijken die de dodelijke injectie toedient of het dodelijke medicijn aanreikt.

By the way: euthanasie zoals deze handelswijze in de Benelux-wetgevingen is verankerd, is voor ons ook een vorm van zelfdoding maar die vorm van euthanasie noemen we ‘artseneuthanasie’.

In wat volgt ga ik (1) het ontstaan van De Einder bespreken, (2) haar visie en missie, (3) de middelen om haar doelstellingen te bereiken, (4) haar positionering ten opzichte van aanverwante Nederlandse organisaties en (5) haar werkwijze.

Om af te sluiten met de vraag: Zou ook België een organisatie als De Einder kunnen gebruiken?

1. Achtergronden rond het ontstaan van De Einder

Laat ik beginnen met iets over de achtergronden rond het ontstaan van De Einder te vertellen

De Einder is in 1995 opgericht door een afdeling van het Humanistisch Verbond naar aanleiding van een tweetal elkaar kort opvolgende gebeurtenissen die in dezelfde regio plaatsvonden. Eerst een jonge man die van een elf verdiepingen hoge flat is afgesprongen met de dood als gevolg, daarna een jonge vrouw die zich voor een trein heeft geworpen met amputatie van haar onderste ledematen en een niet meer te helen psychisch trauma als gevolg.

De vraag rees: ‘hoe zelfdodingen humaniseren’ in die zin dat iemand die niet meer verder wil leven, niet meer op gruwelijke methoden en middelen is aangewezen en waarbij omstaanders of diegenen die achterblijven, zoveel mogelijk worden ontzien.

De vraag kan ook nog anders worden omschreven: hoe zelfmoord voorkomen? Niet in de zin van wat zelfmoordpreventie is komen te heten. Neen, in andere zin, in de zin dat de zelfmoord van alle gruwelijkheid wordt ontdaan en omgebogen wordt tot een zorgvuldig afwegingsproces waarbij iemand zichzelf, zonder daarbij op een arts aangewezen te zijn, op menswaardige wijze van het leven beneemt nadat hij na lang rationeel en gevoelsmatig wikken en wegen tot het gefundeerd oordeel gekomen is dat het leven niets of nagenoeg niets positiefs voor hem meer in het vooruitzicht heeft.

Deze vorm van zelfdoding, het zichzelf doden zonder tussenkomst van een arts onder gebruikmaking van humane methoden nadat een zorgvuldig afwegingsproces is doorlopen, noemen we ‘zelfeuthanasie’ of ook ‘een zorgvuldige zelfdoding’.

In de tijd dat De Einder is opgericht en vele jaren daarna was nog maar weinig bekend over humane zelfdodingsmethoden en –middelen. De Einder moest hier het wiel uitvinden.
“Hoe voorkomen dat potentiële zelfmoordenaars zich bedienen van voor henzelf en hun omgeving gruwelijke middelen en methoden?”, was een vraag op een terrein waar niemand ervaring mee had.

Er is getracht tot een samenwerking met de toenmalige RIAGG-instellingen te komen. RIAGG, inmiddels GGZ geheten, staat voor geestelijke gezondheidszorg bestemd voor mensen met psychosociale en psychiatrische problemen. Er was echter geen sprake van dat de RIAGG tot een samenwerking met De Einder wilde komen.

De Einder heeft vervolgens geprobeerd om samen met de NVVE de handen in elkaar te slaan opdat er een professionele opleiding levenseindebegeleiding zou komen. Maar de NVVE had in die jaren al haar kaarten op artseneuthanasie ingezet en wilde dat niet in gevaar brengen door een samenwerking aan te gaan met een club die de mogelijkheid tot zelfeuthanasie wilde institutionaliseren.

Terzijde en voor de volledigheid: Inmiddels heeft de NVVE alles of nagenoeg alles bereikt wat er op gebied van artseneuthanasie te bereiken valt en zet ook zij mede in op de route van het bewerkstelligen van zelfeuthanasie oftewel een zorgvuldige zelfdoding. En de kleine Einder en de grote NVVE streven ernaar op dit gebied hun krachten te bundelen.

Ik vertelde dat er rond de millenniumwisseling nog maar weinig bekend was over humane zelfdodingsmiddelen en – methoden. Het enige wat op dat gebied bestond was het Schotse boekje dat in Nederland alleen clandestien te krijgen was. In 2003 heeft de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Zorgvuldige Zelfdoding (WOZZ) haar WOZZ boekje uitgebracht. In 2006 is The Peaceful Pill Handbook van Philip Nitschke en Fiona Stewart verschenen en in 2010 zag de eerste editie van het boek ‘Uitweg’ van Boudewijn Chabot en Stella Braam het licht. Deze laatste twee boeken bevatten een schat aan informatie ter beantwoording van de vraag hoe op humane wijze de hand aan jezelf slaan.

Met de komst van Uitweg en de latere edities van The Peaceful Pill Handbook, waarin adressen waren opgenomen om de gewenste euthanatica te bestellen, is het aandachtsveld van De Einder verschoven. De visie en missie van De Einder is niet gewijzigd maar de wegen om die te bereiken, hebben verandering ondergaan.

2. Visie en Missie van De Einder

Wat is de visie en missie van De Einder?

Dat is het bespreekbaar en uitvoerbaar maken een humane dood in eigen regie.

Volgens sommigen is er uitsluitend sprake van een humane dood in eigen regie wanneer iemand – al dan niet in samenspraak met intimi of stervensbegeleiders maar zonder dat er een arts aan te pas komt – een zorgvuldig afwegingsproces doorloopt dat resulteert in één van de drie humane methoden om uit het leven te stappen, t.w. het bewust stoppen met eten en drinken, het inhaleren van dodelijke gassen of het zonder tussenkomst van een arts innemen van dodelijke medicijnen.

De Einder behoort niet tot de kring van degenen die menen dat aan euthanasie, zoals in de Benelux-wetgevingen geregeld, de eigen regie ontbreekt omdat de uitvoering ervan bij een arts is gelegd. De Einder beschouwt de in de Benelux-wetgevingen geregelde artseneuthanasie als een in eigen regie gevoerd beslissings- en uitvoeringsproces waarin aan de arts behalve de rol van morele steunverlener met name een instrumentele rol is toegekend met het oog om het ertoe te leiden dat de ‘zelfdoding’ zich zonder complicaties voltrekt.

Anders geformuleerd: Zowel wanneer een arts het verzoek van een patiënt inwilligt om hem euthanasie te verlenen als wanneer iemand zonder arts op een zorgvuldige wijze vreedzame middelen gebruikt om uit het leven te stappen, is van een humane dood in eigen regie sprake. Een humane dood in eigen regie omvat dus zowel artseneuthanasie als zelfeuthanasie.

Aan zelfeuthanasie kleeft momenteel het bezwaar dat het implementatieproces dat de betrokkene moet doorlopen om vredig te sterven niet de veiligheidswaarborgen biedt die artseneuthanasie biedt.

Aan artseneuthanasie kleeft momenteel het bezwaar dat de arts die op dit moment nog steeds een van de meest deskundige is om een humane dood in eigen regie te realiseren, met regelmaat onvoldoende oog heeft voor de existentiële noden van de persoon in kwestie en weigert in te gaan op diens wens om het leven te verlaten als daar geen medische noodzaak voor is.

In de visie van De Einder moet daar waar artseneuthanasie mogelijk is, voor artseneuthanasie worden gekozen.

Gelet op het zojuist gesignaleerde gebrek dat aan artseneuthanasie kleeft, is evenwel volgens De Einder de optimale oplossing in een instrumentele professional gelegen die ook in de menswetenschappen en in de welzijnszorg gevormd is: een professional wiens professionaliteit zowel de existentiële steunverlening beslaat als de steunverlening die erop neerkomt dat er zich bij de vrijwillige en welafgewogen zelfdoding geen complicaties aandienen.

3. Wegen om het doel van De Einder te bereiken

Via welke wegen tracht De Einder haar visie en missie te realiseren?

Ik noem vier van de wegen die onder andere door De Einder worden bewandeld:
3.1. Het doorverwijzen naar consulenten
3.2. Het verzamelen van statistisch materiaal ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek
3.3. Het opzetten van een denktank om “het recht op sterven” wettelijk te verankeren
3.4. Het samenwerken met andere organisaties die op het vlak van een humane dood in eigen regie actief zijn

Ad 3.1. Ten eerste: het doorverwijzen van hulpvragers naar zelfstandig opererende consulenten

Trachten te voorkomen dat mensen van gruwelijke zelfdodingsmethoden en –middelen gebruik maken, doet De Einder door mensen die zich met vragen rond zelfdoding tot haar wenden, door te verwijzen naar door De Einder gefaciliteerde consulenten. Deze consulenten zijn bekend met wat humane methoden en middelen zijn. Zij verstrekken daarover informatie, doen aan begeleiding en geven morele steun.

Ad 3.2. Ten tweede: het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijkheden om de noden van hulpvragers te lenigen.

Trachten het onderwerp van zelfdoding uit de taboesfeer te halen, doet De Einder door statistisch materiaal te verzamelen dat in de breedste zin des woord verband houdt met een humane dood in eigen regie en door dat materiaal ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek ter beschikking te stellen.

Ad 3.3. Ten derde: het recht op sterven tot een verdragsrechtelijk erkend recht maken

Haar doelstelling om algemeen geaccepteerd te krijgen dat een mens die liever niet in leven wil zijn, dat leven op een menswaardige wijze mag beëindigen, tracht De Einder te realiseren door het opzetten van een denktank die de eerste zaadjes zaait om het recht op sterven in een mensenrechtenconventie wettelijk verankerd te krijgen. Analoog aan de wijze waarop in de 18de eeuw de grondslagen zijn gelegd voor een “recht op leven” dat uiteindelijk in de 20ste eeuw internationaalrechtelijke erkenning gekregen heeft, wordt gewerkt aan de filosofisch-politieke fundamenten ten behoeve van de erkenning van een recht op sterven.

Ad 3.4. Ten vierde: het intensiveren van de contacten met NVVE, De Levenseindekliniek, CLW, Exit International en enkele andere buitenlandse organisaties

Trachten het ertoe te leiden dat de diverse organisaties die op het vlak van een humane dood in eigen regie actief zijn, in externe zin de gelederen naar buiten gesloten houden en intern elkaar zoveel mogelijk zowel positieve als kritische feedback geven. Daartoe zijn de contacten geactiveerd met NVVE (Nederlandse Vereniging voor vrijwillig Levenseinde), De Levenseindekliniek, CLW (Coöperatie Laatste Wil), Exit International en enkele andere buitenlandse organisaties. Ik ga kort in op voornoemde organisaties voor zover zij in Nederland actief zijn.

4. Positionering van De Einder tegenover andere organisaties in Nederland

Hoe positioneert De Einder zich tegenover NVVE, De Levenseindekliniek , CLW en Exit International?

De gelijkenis is dat het alle vijf organisaties zonder winstoogmerk zijn die op het gebied van levenseindebeslissingen actief zijn.

De Einder

De Einder is een vrijwilligersorganisatie in de vorm van een stichting die gratis antwoord geeft op vragen van hulpvragers die met levenseindebeslissingen verband houden. Wanneer mensen specifiek op hun persoonlijke problematiek toegespitste informatie wensen die vergt dat daarvoor dagdelen gereserveerd worden, kunnen zij, indien zij dat wensen, worden doorverwezen naar onafhankelijk opererende consulenten die op declaratiebasis individuele begeleiding verstrekken. De consulenten zijn zelfstandig praktiserende beroepsbeoefenaars die wel door De Einder worden gefaciliteerd maar die in juridisch opzicht niet tot de organisatiestructuur van De Einder behoren. Je kunt ze stervensbegeleiders of levenseindeconsulenten noemen. Hun cliënten zijn voor het merendeel mensen die niet in aanmerking komen voor artseneuthanasie, d.i. voor euthanasie conform de euthanasiewet. Dat brengt mee dat de consulenten noodgedwongen af en toe in een grijs gebied moeten opereren, een gebied waarin de wet niet voorziet en waarin zij het met handreikingen moeten stellen die hen door de schaarse jurisprudentie werden verstrekt. Omdat jurisprudentie steeds op concrete gevallen toeziet, impliceert zulks per definitie dat er veel vragen openstaan waarop nog geen antwoord bestaat.

De NVVE

Bij de NVVE, geen stichting maar een vereniging, is een lidmaatschap vereist. Leden kunnen bij de NVVE terecht voor vragen op gebied van o.a. wilsverklaringen, artseneuthanasie en zelfeuthanasie. De NVVE is met meer dan 167.000 leden een politieke machtsfactor van belang. Zij is de drijvende kracht achter de euthanasiewet geweest. Sinds enkele jaren maakt de NVVE zich sterk om ook in het grijze gebied van de zelfeuthanasie, waarin tot dan toe alleen De Einder zich bewogen heeft, actief te zijn. Veel NVVE-leden zijn de mening toegedaan dat zij in staat zijn om – zonder op een arts aangewezen te zijn – een afgewogen levenseindebeslissing te nemen en zij ijveren ervoor dat de overheid aan artsen het exclusief gebruik van de sleutel tot de medicijnkast ontneemt. De NVVE onderscheidt drie routes waarmee zij sympathiseert: (1) de route van de artseneuthanasie hetgeen haar band met de Levenseindekliniek verklaart, (2) de autonome route van de zelfeuthanasie waarbij men niet op een arts of stervensbegeleider aangewezen is, hetgeen haar band met de Cooperatie Laatste Wil verklaart en (3) de hulpverlenersroute. Dat is de route van de zelfeuthanasie waarbij de hulpvrager zich door een hulpverlener die geen arts is laat begeleiden. Die laatste route, de hulpverlenersroute, verklaart waarom de NVVE als streven heeft om een Levenseindeacademie op te richten die professionele stervensbegeleiders aflevert. Aan de wieg van deze gedachte heeft in 1995 De Einder gestaan en het is verheugend te constateren dat dit streven wordt overgenomen door een organisatie die qua mogelijkheden om haar doelstellingen te realiseren veel meer in haar mars heeft dan een kleine organisatie als De Einder.

De Levenseindekliniek

De Levenseindekliniek, met de rechtsvorm van een stichting, is opgericht door NVVE. Zij is er voor mensen die bij hun arts niet terecht kunnen, bijvoorbeeld omdat deze persoonlijke bezwaren tegen euthanasie heeft. Helaas bestaan er nog veel van die artsen met persoonlijke bezwaren tegen euthanasie waardoor de Leveneindekliniek niet de capaciteit heeft om alle mensen op te vangen die bij hun eigen arts bot vangen. Het streven van De Levenseindekliniek is om de relatief beperkte capaciteit die zij heeft voor te behouden aan de complexe euthanasiegevallen als deze waarbij dementie, een psychiatrische problematiek of de problematiek van voltooid leven om de hoek komen kijken. Met het oog op de behandeling van de minder complexe gevallen, verzorgt zij opleidingen ten behoeve van huisartsen. Het terrein van de Levenseindekliniek bestrijkt uitsluitend wat bij De Einder artseneuthanasie heet en haar organisatie is niet op gebied van zelfeuthanasie operationeel, anders dan dat mensen die niet voor artseneuthanasie in aanmerking komen op het bestaan van NVVE en De Einder worden gewezen.

CLW

CLW is eveneens voortgekomen uit NVVE. Het gaat om een vereniging waarvan men lid moet zijn om voor dienstverlening in aanmerking te komen. Het doel van CLW laat zich aldus omschrijven dat zij voor haar leden wil bewerkstelligen dat het eigen levenseinde mag en kan worden geregisseerd met een humaan werkend laatstewilmiddel dat op een legale manier is verkregen, zonder toetsing voor- of achteraf door een arts, begeleider of consulent. CLW is enige tijd geleden een relatief vreedzaam werkend poeder op het spoor gekomen dat vrij op de markt verkrijgbaar is en dat toelaat een zorgvuldige zelfdoding te bewerkstelligen. Nadat dit nieuws bekend werd, is in enkele maanden tijd het ledenaantal van 3.000 naar 23.000 toegenomen. Met het Openbaar Ministerie heeft CLW heel recentelijk afspraken gemaakt om dat poeder (nog) niet onder haar leden te verspreiden. Zij is met de politiek en met de justitiele apparaten in overleg om het ertoe te leiden dat er voor mensen die menen goede redenen te hebben om afstand van het leven te nemen, een met wettelijke waarborgen omkleed levenseindemiddel ter beschikking komt dat niet door de geneesmiddelenwet en/of de opiumwet wordt gereguleerd. CLW doet niet aan begeleiding van hulpvragers. Het terrein van CLW bestrijkt uitsluitend wat bij De NVVE de autonome route heet, de route van de zelfeuthanasie zonder op derden aangewezen te zijn. Haar organisatie is niet op het gebied van artseneuthanasie operationeel noch op het gebied van de route van de zelfeuthanasie met steun van een stervensbegeleider.

Exit International

Exit International is een van oorsprong Australische organisatie met rond de 20.000 sympathisanten verspreid over de hele wereld. Exit International is met name bekend vanwege The Peaceful Pill Handbook, geschreven door de oprichter van Exit International, Philip Nitschke en zijn vrouw Fiona Stewart. Zij zijn twee jaar geleden naar Nederland geemigreerd. Nitschke is de eerste arts ter wereld die legaal euthanasie heeft toegepast. Dat kon door een wet in Australie die maar zeer kortstondig heeft gegolden. Gaandeweg is Nitschke zich gaan afzetten tegen de bevoogding door de medische stand waar het beslissingen rond het levenseinde betreft. De visie die zijn organisatie verdedigt is dat elke volwassene met een gezond verstand het recht heeft om op het moment van zijn keuze het eigen leven te beeindigen met middelen en methoden die betrouwbaar en vreedzaam zijn. Het Peaceful Pill Handbook waarvan de Nederlandse vertaling onder de benaming ‘De Vredige Pil’ begin dit jaar is verschenen, beschrijft methoden en middelen om op pijnloze wijze uit het leven te glijden en bevat adressen waar de middelen daartoe kunnen worden verkregen. Het is een onmisbaar handboek voor levenseindeconsulenten geworden. Exit International doet niet aan stervensbegeleiding. Zij geeft het Peaceful Pill Handbook en vertalingen daarvan uit en verzorgt all over the world lezingen en workshops waar inlichtingen over humane zelfdodingsmiddelen en –methoden kunnen worden verkregen. Zij is uitsluitend op zelfeuthanasie gefocust.

5. De werkwijze van De Einder

Hoe werkt De Einder?

Was het speerpunt tot 2015 het doorverwijzen van hulpvragers naar consulenten, in 2016 heeft De Einder haar werkwijze aan het gewijzigd tijdsbeeld aangepast. De visie en missie van De Einder is nog steeds actueel. Wat met de komst van “De Vredige Pil” en “Het Poeder van CLW” minder actueel geworden is, is de nood aan consulenten wier voornaamste taak erin bestaat doorgeefluik voor euthanatica-adressen te zijn.

Waar nu behoefte aan bestaat, is aan stervensbegeleiders bij wie hulpvragers die dikwijls zelf al de wegen kennen om aan vreedzame zelfdodingsmiddelen te komen, met hun vragen en – vaak – twijfels terecht kunnen.

Waar het vroeger zo was dat spreken over zelfdoding taboe was, komt het nu steeds vaker voor dat mensen die zelfdoding overwegen daarover wensen te spreken met iemand die ervaring heeft in het voeren van gesprekken en in het bieden van steun aan mensen die zich in dezelfde situatie als de hulpvrager bevinden (of hebben bevonden).

In die gesprekken gaat het om de meest ingrijpende beslissing die iemand kan nemen. Degenen die voor een dergelijke beslissing staan, voelen de behoefte en verdienen het om hun overwegingen daarbij – en hun vragen en twijfels – aan iemand voor te leggen die met levenseindebeslissingen vertrouwd is. Iemand die de distantie bezit om zich niet met de hulpvrager te identificeren maar die hem evenmin van de overtuiging wil afbrengen dat het aan hem en aan hem alleen is om een afgewogen keuze ten aanzien van het eigen levenseinde te maken. Iemand die kan bewerkstelligen dat degene die een afgewogen besluit tot zelfdoding genomen heeft, in harmonie en in intimiteit met zijn sociale omgeving afscheid van de wereld neemt.

Laat er geen misverstand over bestaan dat het volgens De Einder aan de persoon in kwestie is om uit te maken of hij bij zijn besluit om afscheid van de wereld te nemen begeleiding behoeft.

Maar dat neemt niet weg dat De Einder ook onder ogen ziet dat zich onder diegenen die uit het leven willen stappen, kwetsbare mensen bevinden. Mensen die niet zelfstandig tot een zorgvuldig afwegingsproces in staat zijn. Of die mogelijke druk van buitenaf niet onderkennen of niet kunnen weerstaan. Of wier doodsverlangens bepaald worden door een tunnelvisie waarin zij zitten waarbij hun beeld over zichzelf en hun feitelijke situatie niet met de werkelijkheid strookt. Uit die tunnelvisie kunnen zij vandaan worden gehaald door hun doodsverlangens aan een objectieve buitenstaander voor te leggen op een manier die hen toelaat tot een zorgvuldig afwegingsproces te komen. Het is in dat laatste – het komen tot een zorgvuldig afwegingsproces – dat De Einder – in het licht van het gewijzigde tijdsbeeld – de voornaamste taak voor consulenten ziet.

Is de taak van de consulenten beperkt tot het bewerkstelligen van een afgewogen oordeel bij de hulpvrager? Want de vraag blijft hoe je omgaat met mensen die niet tot een afgewogen oordeel kunnen komen. De kwetsbare mensen. Zij bij wie het ten aanzien van levenseindebeslissingen aan wilsbekwaamheid schort? Zij die noch mondig noch zelfredzaam zijn? Zij die aan externe druk van anderen of aan interne impulsen geen weerstand kunnen bieden. Hier belanden we in een problematiek die te veelomvattend is om te beantwoorden. Geborgd moet worden dat iemand in vrijheid tot zijn beslissing komt en dat hij alle gevolgen van zijn beslissing overziet. Waar de consulenten van De Einder zich aan houden is “bij twijfel niet inhalen”. Evident is dat daarmee de problematiek van de kwetsbare mensen niet is opgelost. Diegenen onder u die te maken hebben met psychiatrische patiënten, dementerenden, mensen met verstandelijke beperkingen of mensen die als gevolg van bijvoorbeeld een beroerte als kasplantjes door het leven gaan, zullen vast situaties hebben meegemaakt waarin zij moeten concluderen dat de frase ‘kwetsbare mensen moeten tegen zichzelf worden beschermd’ een dooddoener is.

In de praktijk werkt het bij De Einder aldus dat alle hulpvragen die aan De Einder gericht worden, terecht komen bij een casemanager. Tot voor kort was dat een gepensioneerd arts. Die is ons komen te ontvallen en voor haar opvolging wordt uitgekeken naar iemand die eveneens met de gezondheidssector vertrouwd is. Een plaatsvervangend casemanager heeft op dit moment ad interim het werk van de casemanager overgenomen. Zij voorziet de hulpvrager van de algemene informatie die iemand nodig heeft wanneer hij een humane dood in eigen regie overweegt. Als iemand persoonlijke en specifiek op zijn situatie afgestemde informatie en begeleiding wenst, wordt hij desgevraagd door de casemanager in contact met een consulent gebracht. Daarbij wordt rekening gehouden met de woonplaats en de problematiek van de hulpvrager. Vervolgens maken hulpvrager en consulent onderling afspraken over gewenste begeleiding, reiskosten en consultaties.

Door De Einder gefaciliteerde consulenten verplaatsen zich alleen binnen Nederland en reizen niet af naar het buitenland. Indien buitenlanders – relatief veel Belgen en Duitsers doen beroep op De Einder – met een consulent willen praten, moeten deze mensen naar Nederland komen. Voor algemene informatie die niet door consulenten maar door De Einder zelf wordt verstrekt, kunnen zij ermee volstaan van de telefoon of de e-mail gebruik te maken.

Eind 2017 waren er acht consulenten in aantal waarnaar De Einder doorverwijst Zodra de stage van de in opleiding zijnde consulenten is voltooid, zal dat aantal in 2018 verder toenemen. Zij worden door De Einder gefaciliteerd in die zin dat een aan De Einder verbonden adviseur hun opleiding verzorgt, intervisies organiseert, hun praktijkervaringen evalueert en zorgt dat hun praktijkkennis actueel blijft. Daarnaast weten zij zich van juridische financiële bijstand door De Einder verzekerd voor het geval zich onverhoopt een strafrechtelijk onderzoek aandient. Onder onze consulenten en consulenten in opleiding bevinden zich twee artsen, twee psychologen, een psychotherapeut en nog enkele andere in de gezondheidszorg gevormde personen.

Ik heb het ontstaan van De Einder besproken, haar visie en missie, de middelen om haar doelstellingen te bereiken, haar positionering ten opzichte van aanverwante Nederlandse organisaties en haar werkwijze. Daarmee heb ik besproken wat ik wilde bespreken en kom ik toe aan de afsluiting. Dat doe ik met een vraag.

6. Zou België met een organisatie als De Einder zijn gebaat?

Zou België gebaat zijn met een organisatie die zich erop toelegt het aantal gruwelijke zelfdodingen om te buigen tot zelfdodingen die het predicaat ‘zorgvuldig’ kunnen dragen?

Een organisatie als De Einder bestaat in België niet. De indruk bestaat dat zelfeuthanasie, ‘de zorgvuldige zelfdoding’, daar nog een onderwerp is dat in de taboesfeer zit.

Is het zo dat er in België meer zelfmoorden voorkomen en in Nederland meer wat heet ‘zorgvuldige zelfdodingen’?

Daar is nog geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan maar zo’n onderzoek zou tot interessante conclusies kunnen leiden.

Ik dank u voor uw aandacht.

***