Informatie geven mag, medicijnen door de vla roeren niet. Wanneer is hulp bij zelfdoding strafbaar?

Marco Visser
De arrestatie van de voorzitter van Coöperatie Laatste Wil (CLW) deze week roept vragen op over wat is toegestaan bij hulp bij zelfdoding. ‘Er is meer behoefte aan een wet hulp bij zelfdoding dan een wet voltooid leven.’

Wat mag wel en wat niet bij de hulp bij zelfdoding? Iedereen met een naaste die een stervenswens heeft, komt voor deze vraag te staan. Een dodelijke cocktail van medicijnen fijnstampen en door de vla roeren, mag dat? Of helpen met voeren? Het is tijd voor duidelijkheid, zegt Catharina Vasterling, consulent bij Stichting de Einder.

In het Wetboek van Strafrecht staat nu dat “hij die opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam is of hem de middelen daartoe verschaft” strafbaar is als de zelfdoding volgt. Dat kan in theorie een celstraf opleveren van drie jaar. Maar wat is behulpzaam? Informatie geven mag. Maar instructies mogen niet.

Instrueren en adviseren
“De moeilijkheid zit in het onderscheid tussen informeren en instrueren”, zegt Vasterling. “Informeren is vragen beantwoorden. Wij nemen geen initiatief tot informatie geven, en zeggen dus niet: u moet zus en zo doen. Dat laatste is instrueren. Als mensen ons vragen: zal ik met het middel van Coöperatie Laatste Wil (CLW) mijn leven beëindigen? Dan zeggen wij alleen: wij weten dat het dodelijk is, maar we zijn er niet zeker van dat het altijd tot een humane dood leidt.”

CLW maakt zich sterk voor een legale dodelijke pil of poeder. De Einder, waar Vasterling als consulent werkt, zet zich ook in voor zelfbeschikking bij het sterven, maar heeft als speerpunt het wettelijk vastleggen van het recht op sterven. Wie contact zoekt met de stichting, krijgt onder meer het advies het boek Uitweg te lezen. In dat boek worden methoden genoemd om een dodelijke cocktail van medicijnen te bereiden. Mag dat? “Toen Uitweg werd gepubliceerd, was het best spannend”, zegt Vasterling. “Wat zou het Openbaar Ministerie doen? We zijn nu toe aan de veertiende druk, dus er staan geen instructies in, maar alleen informatie die we mogen verspreiden. Je vindt er ook geen adressen waar je de benodigde medicatie kunt krijgen.”

De zaak Heringa
Ouderen met een stervenswens lijden vaak aan allerlei ziekten. Ze zijn minder goed of niet in staat zelf de benodigde medicijnen te kopen en deze fijn te stampen om door de vla te roeren. Dat is precies wat Albert Heringa deed voor zijn 99-jarige stiefmoeder die niet langer wilde leven. Heringa kreeg een voorwaardelijke celstraf van een half jaar.

Maar alleen voeren, omdat vader of moeder zelf de lepel niet meer naar de mond kan brengen, is dat wettelijk toegestaan? Of op tijd het antibraakmiddel klaarzetten? Nee, dat mag niet, maar gebeurt natuurlijk wel, zegt Vasterling. “Persoonlijk vind ik een wet voltooid leven niet zo nodig. Een wet voor hulp bij zelfdoding onder gewaarborgde omstandigheden wel. Dat zou voor veel mensen een buitengewone steun zijn. Ik en andere consulenten worden geregeld geconfronteerd met wanhopige kinderen van wie de vader of moeder dood wil, maar het zelf niet meer kan organiseren. Dan heb je een optie: stoppen met eten of drinken. Maar dat is een harde methode. Waarom mogen deze kinderen onder zorgvuldig benoemde omstandigheden voor hun ouders niet een middel bestellen, of een heliumtank aansluiten?”

“Je kunt de wet voltooid leven ombouwen naar een wet voor hulp bij zelfdoding. Onder dezelfde voorwaarden. Maatschappelijk is men daar veel meer aan toe dan aan een wet voor voltooid leven. Voltooid leven is zo’n moeilijk te definiëren begrip. Duitsland kan als voorbeeld dienen, daar is er al een wet op hulp bij zelfdoding.”

Stichting de Einder is op zoek naar een vrijwilliger met juridische achtergrond

Stichting de Einder is op zoek naar een vrijwilliger met juridische achtergrond

De werkzaamheden van stichting de Einder vragen om zorgvuldigheid op diverse thema’s, waaronder het juridisch terrein. Om hier gericht mee om te kunnen gaan, is de Einder op zoek naar een vrijwilliger met een juridische achtergrond.
Het bestuur zoekt iemand om mee te sparren en die, gevraagd en ongevraagd, adviseert over wet- en regelgeving, specifiek rondom het thema van het zelfverkozen levenseinde. Wij zoeken iemand die beschikt over kennis en kunde op dit vlak én die affiniteit met dit thema heeft. De tijdsinvestering zal gemiddeld uitkomen op vier uur per kwartaal.

Voor meer informatie, mail naar info@deeinder.nl

Wij gaan graag met je in gesprek.

Samen waardig sterven – het voltooide leven van mijn ouders

Op 12 mei 2015 beëindigden Hans en Kitty hun voltooide levens. Aan een proces van zes jaar kwam een eind. Dit boek bevat een beschrijving van een aangrijpende gebeurtenis, en de jaren die daaraan vooraf zijn gegaan.

Het is het verhaal van twee oudere mensen die bewust afscheid hebben genomen van een goed leven, omdat hun perspectief niet rooskleurig meer was.

De auteur, Guido Dieperink (1963), zoon van Hans en Kitty, plaatst hun verhaal in de context van de maatschappelijke en politieke discussie over voltooid leven en werpt daarmee nieuw licht op een complex en gevoelig onderwerp.
Klik hier voor meer informatie over het boek en hier voor een interview met de schrijver in Trouw.

De Einder pleit voor handhaving van de toetsingscode Euthanasie

De Einder ziet een toegenomen druk op de euthanasiepraktijk in Nederland. Zij maakt zich hier zorgen over, met name doordat er sprake is van een toenemende vraag naar zelfeuthanasie als gevolg van de dubbele vergrijzing. De Einder signaleert een drietal elementen die mede een rol spelen bij deze toenemende druk op de euthanasiepraktijk.

De eerste betreft de recente arrestatie van een persoon die mogelijk betrokken is bij meerdere zelfeuthanasiegevallen. Hierbij wordt verondersteld dat de betrokken persoon een rol heeft gespeeld bij het ter beschikking stellen van zelfdoding middelen. Er wordt gesuggereerd dat het hier middel X betreft. Dit middel is eerder in een dreigende rechtszaak tegen de Coöperatie Laatste Wil (CLW) ter discussie gesteld.

De tweede oorzaak betreft de dagvaarding die CLW in april heeft uitgebracht aan de Staat der Nederlanden. De dagvaarding vraagt de rechtbank te bepalen of de overheidsmaatregelen die belangstellenden van zelfeuthanasie de benodigde middelen onthouden wel rechtmatig zijn.

Het derde betreft het verzoek van het Openbaar Ministerie om een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar recente oordelen van de toetsingscommissie euthanasie. De Einder neemt afstand van dit verzoek van het OM. De suggestie wordt gewekt dat door middel van dit verzoek de toetsingscode, die in nauw overleg met alle betrokkenen is opgesteld, zou kunnen worden aangepast. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de wilsverklaringen die door mensen zijn opgesteld niet langer rechtsgeldig zijn.

De euthanasiepraktijk in Nederland is met het installeren van onafhankelijke toetsingscommissies goed in staat om te beoordelen of een voltrokken euthanasie volgens de eisen van de wet is uitgevoerd. De toetsingscommissies hebben hier een zeer zorgvuldige toetsingsprocedure voor vastgesteld. Het voorstel van het OM lijkt niet anders dan een teken van wantrouwen naar de professionele deskundigheid en zorgvuldigheid van de toetsingscommissies. Voorts wekt het de schijn dat het OM de uitspraak van het hoogste rechtsorgaan in Nederland, de Hoge Raad, ter discussie wil stellen. De Hoge Raad heeft immers de uitspraak gedaan dat de artsen de vastgelegde wilsverklaring van een diep dement persoon mag interpreteren.
Het lijkt erop dat het OM de interpretatie van de arts en vervolgens de toetsing door de toetsingscommissie wantrouwt, er zou sprake zijn van een te ruime interpretatie. Hiervoor zijn geen aanwijzingen gezien het aantal gemelde euthanasiegevallen bij diep demente ouderen, namelijk zeven in het afgelopen jaar. Wel is het een publiek geheim dat naast het OM ook een deel van de artsen vragen stelt bij euthanasie bij dementie. Maar ook zij dienen zich neer te leggen bij de wet en uitspraken van de rechter. In de recente berichtgeving hierover wordt ook een beroep gedaan op de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunde (KNMG), om hier een standpunt over in te nemen.

De Einder roept de KNMG op zich te scharen achter de huidige richtlijn, omdat deze voldoende waarborgen in zich heeft om vanuit een medische invalshoek, onafhankelijk te kunnen adviseren.
Mocht het Openbaar Ministerie desondanks haar standpunt handhaven, dan zou de Einder eerst een brede evaluatie met alle betrokkenen voorstaan, alvorens een aanpassing van de toetsingscode te overwegen.

Erp, juli 2021

Marleen van der Gugten (1946 – 2021)

Recent bereikte ons het bericht dat Marleen van der Gugten op 75-jarige leeftijd is overleden.
Zij was tot 2016 consulent in samenwerking met Stichting de Einder.
Een citaat van de rouwkaart:
“Zoals ze in haar leven haar eigen weg ging, zo heeft ze het ook verlaten.”

Grapperhaus grijpt in bij euthanasie commissies

De afgelopen dagen is publiciteit ontstaan rond de benoeming van voormalig bestuurslid van onze stichting, Miriam de Bontridder, als lid van de euthanasiecommissie.
Hier kunt u het artikel lezen uit de Volkskrant van 1 december j.l. dat over deze benoeming gaat.
In de publiciteit over dit onderwerp wordt ook regelmatig verwezen naar “de Einder”.
Wij hechten eraan te benadrukken dat “de Einder” bij haar werkzaamheden de grenzen van de wet in acht neemt.

Afscheid en vernieuwing

Iedere organisatie, hoe klein ook, moet zich af en toe vernieuwen, zo ook Stichting de Einder. De afgelopen jaren kwam er een grotendeels nieuw bestuur en er kwamen nieuwe consulenten. Verder werd de structuur van de Stichting onder de loep genomen en waar nodig geprofessionaliseerd. De Stichting bevindt zich in rustig vaarwater en de samenwerking met de consulenten is prettig en vruchtbaar. Een goed moment om een verdere ontwikkeling van De Einder gestalte te geven. Maar ook een moment van bezinning waarbij Miriam de Bontridder en Henriëtte Pennings besloten dat het nu tijd was voor hen om afscheid te nemen van de Einder. De Stichting is aan beiden veel dank verschuldigd.

Miriam de Bontridder was bestuurslid van Stichting de Einder tussen 2013 en 2019 en nadien nog enige tijd juridisch adviseur. Voor het bestuur, consulenten en casemanager is haar vertrek een gevoelige aderlating ook al valt goed te begrijpen dat Miriam na zeven jaren haar energie nu meer wil besteden aan haar eigen vakinhoudelijke werk en aan de thematiek van euthanasie en hulp bij zelfdoding in breder verband. Miriam bewaakte de grenzen van de wet, maar tegelijk poogde zij binnen die grenzen onze hulpvragers hun voordeel te laten doen met de grijze gebieden van de wet die ruimte voor interpretatie toelieten. Dat gebeurde altijd weloverwogen en goed onderbouwd met groot respect voor de rechtsstaat.

De verantwoordelijkheid voor de goede naam van de Stichting en haar werkzaamheden woog voor Miriam zwaar. Door haar bemoeienis en input droeg ze bij aan de bewustwording van consulenten rond juridische en ethische aspecten van hun werk. Miriam was de drijvende kracht achter de Nieuwsbrief en bouwde veel nieuwe externe contacten op waar het huidige bestuur nu van kan profiteren. We zullen Miriams know how, haar kritische inbreng en haar werklust missen.

Henriëtte Pennings is al sinds 2006 verbonden met de Stichting als vrijwilliger in de functie van Officemanager en in verschillende periodes ook als bestuurslid. Zo ook in de periode van 2015 tot en met 2019. Zij vormde de continuïteit van de dienstverlening aan donateurs en belangstellenden en was daarmee het gezicht achter info@deeinder.nl, daarnaast verzorgde zij de opmaak van de Nieuwsbrief.

Het gaf bestuursleden, adviseurs en consulenten een vertrouwd gevoel te weten dat Henriëtte als poortwachter signaleerde wanneer er iets over het hoofd werd gezien. Als Officemanager hielp zij je herinneren aan afspraken en je kon blind op haar varen.

Wanneer je Henriëtte iets vroeg wist je dat het perfect in orde kwam. Tegelijkertijd droeg ze nieuwe adviseurs, bestuursleden en consulenten haar kennis van de geschiedenis en het gedachtengoed van de Einder over. Ze was de linking pin tussen vroeger en nu. Maar bovenal is ze een heel lief mens.

Na zich 14 jaar voor De Einder te hebben ingezet vindt zij het tijd om per 1 juli het stokje over te dragen aan de nieuwe officemanager, Tony Martens.

We zullen haar inzet voor de Einder missen.

Uitspraak Hoge Raad

Op 21 april 2020 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de euthanasie, in 2016 uitgevoerd door een Specialist Ouderengeneeskunde (SOG), bij een vrouw met vergevorderde dementie.

Eerder heeft de Regionale Toetsingscommissie geoordeeld dat niet aan alle zorgvuldigheidseisen was voldaan. Vervolgens kwam er een tuchtzaak, waarin zij een berisping kreeg, later omgezet in een waarschuwing. Tegelijk stelde het OM een strafrechtelijk onderzoek in, waarbij de SOG werd ontslagen van rechtsvervolging. Hierna vroeg het OM een uitspraak van de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een arts op basis van een schriftelijke wilsverklaring euthanasie mag uitvoeren, ook als degene zelf de wens niet meer kan bevestigen.  Daarbij moet er sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden en dat aan de overige vereisten van de euthanasiewet is voldaan. De Hoge Raad geeft expliciet ruimte aan interpretatie van het schriftelijk verzoek op basis van de actuele omstandigheden. Dit betekent dat uit het gedrag en of de uitspraken van de demente persoon kan worden afgeleid dat het overeenkomst vertoont met de bedoeling van de persoon toen die nog niet dement was, maar dat kan ook betekenen dat geen gehoor gegeven wordt aan de schriftelijk wilsverklaring omdat het gedrag of de woorden anders geïnterpreteerd worden. Bijvoorbeeld iemand beschrijft zijn dement worden als ondraaglijk lijden en het opgenomen worden in een verpleeghuis als onwaardig, vernederend en afhankelijk, maar blijkt eenmaal dement en opgenomen een levendige demente bewoner te zijn met veel contacten binnen zijn mogelijkheden.

Voor de praktijk betekent dit niet dat de drempel voor euthanasie bij vergevorderde dementie lager is geworden. Het betekent wel dat een schriftelijk verzoek, waarin specifiek wordt gevraagd om levensbeëindiging in de situatie waarin de patiënt als gevolg van voortgeschreden dementie zijn wil niet meer kan uiten, zijn geldigheid blijft behouden, ook als de opsteller niet meer wilsbekwaam is. Zo’n schriftelijke verklaring is echter niet voldoende. Het is heel belangrijk om, zeker na de diagnose dementie, in gesprek te blijven met de arts om eigen wensen en mogelijkheden te bespreken. Dit vooral om zo min mogelijk ruimte te geven aan interpretaties die niet overeenkomen met de intentie van de wilsverklaring. In zo’n gesprek is het van belang om duidelijk te maken wat voor de betreffende persoon ondraaglijk lijden is. Ook is het belangrijk om te vragen hoe de arts ten opzichte van euthanasie bij dementie staat. Het blijft ter afweging van de arts om te bepalen of aan alle zorgvuldigheidscriteria is voldaan. In tegenstelling tot een euthanasieafweging bij een niet dement persoon beveelt de Hoge Raad bij euthanasie bij een dement persoon twee artsen te raadplegen.

Lees de Uitspraak van de Hoge Raad

Lees opinieartikel uit Trouw van 6 mei 2020

Lees opinieartikel uit NRC van 6 mei 2020

De positie van naasten bij euthanasie

Tijdens een door het Humanistisch Verbond en NVVE georganiseerde bijeenkomst werd stil gestaan bij de positie van naasten die betrokken worden bij de wens van een dierbare om met behulp van een arts het leven te beëindigen. Dat leverde interessante gezichtspunten op waarbij naast drie andere sprekers ook Marianne Dees het woord heeft genomen.

Als huisarts, SCEN-arts, onderzoeker en naaste confronteerde zij haar publiek met een aantal beschouwingen, waaronder de navolgende die stof tot nadenken geven:

Wat komt er op een naaste af wanneer hij geconfronteerd wordt met een dierbare die zijn leven wil laten beëindigen?

In de eerste plaats plaatst dit de naaste voor de vraag of hij kan invoelen dat iemand waarmee hij zich verbonden weet deze band door euthanasie wenst te beëindigen. Is het leven van een dierbare dermate ondraaglijk dat de dood boven het leven te verkiezen is? Want dat is het criterium: het lijden van hem die in de dood de oplossing voor zijn lijden zoekt. Dat vereist dat de naaste zich in de gevoelswereld van de ander verplaatst en bij wijze van spreken zelf dat lijden ervaart. Lijden evenwel is een persoonlijke ervaring en dit vergt dat op zoek gegaan wordt naar wat voor de ander het lijden ondraaglijk maakt. Het is niet evident dat elke naaste dat aankan.

In de tweede plaats is er de vraag wat voor impact het euthanasiebesluit van een dierbare op het eigen welzijn van intimi heeft. Niet geheel onbegrijpelijk is dat de naaste de dierbare zo lang mogelijk vast wil houden, bij zich wil hebben en stilzwijgend of expliciet protest tegen een nakend afscheid aantekent.

Daarnaast kan een naaste in de positie komen dat een dierbare een beroep op hem doet om hem te helpen de euthanasie te regelen. Marianne Dees gaf als voorbeeld de dochter die niet wilde dat haar moeder zou lijden maar die uitriep dat zij nooit zelf over de dood van haar moeder zou willen beslissen. Hier doet zich de botsing voor van de autonomie van degene die de dood zoekt met de autonomie van degene aan wie gevraagd wordt de autonomie van de ander over te nemen. Kan de naaste met behoud van zijn eigen autonomie voldoen aan wat de autonomie van de ander vergt?

Dilemma’s waar nauwelijks een antwoord op is te geven. Maar die hanteerbaar worden door ze te delen met wie daarvoor in aanmerking komt en door te trachten om er een formulering voor te vinden die de nagel op de kop slaat en het dilemma aldus bevattelijk maakt.

Richtlijnen voor de begeleiding van een jonge hulpvrager

Begeleiding van jonge hulpvragers die slechts de dood als oplossing voor hun lijden zien, vergt een andere aanpak dan de begeleiding van ouderen die het grootste deel van hun leven al achter de rug hebben. Voor jonge hulpvragers is van belang om weten dat consulenten van De Einder daarbij een stappenplan in acht nemen.

Steeds vaker komt het voor dat jonge mensen zich tot De Einder wenden om voorgelicht te worden over hoe zij een einde aan hun leven kunnen maken. Op basis van de steeds wisselende patronen waardoor de zoektocht van jongeren zich kenmerkt hebben consulenten van De Einder een aantal aandachtspunten op een rijtje gezet om bij begeleiding van jonge mensen op te focussen.

Consulenten hadden hier behoefte aan omdat het ook voor hen moeilijker te accepteren is dat iemand dood wil van wie ze als consulent in het gesprek het gevoel krijgen dat de wanhoop en machteloosheid van de betrokkene terug te voeren is op trauma’s die hanteerbaar te maken waren geweest indien de hulpverlening het niet had laten afweten. Tegelijkertijd willen consulenten absoluut respect hebben voor de weldoordachte doodswens ook van jonge mensen en niet hun eigen beleving laten overheersen.

Om hier meer greep op te krijgen hebben consulenten in een aantal diepgaande gesprekken met elkaar richtlijnen ontwikkeld waaraan ze houvast kunnen ontlenen als ze in gesprek met een jonge hulpvrager de balans niet kunnen vinden tussen eigen beleving en de beleving van de hulpvrager. Het zijn richtlijnen die moeten worden opgevat als hulpmiddelen die zowel de consulent als de jonge hulpvrager een handvat kunnen bieden maar die eveneens, afhankelijk van de individuele situatie, terzijde mogen worden gelegd. De autonomie van de hulpvrager naast deze van de consulent is het uitgangspunt.