Dementie en hulp bij zelfdoding

Dementie is een neurologische aandoening, waarvoor geen behandeling bestaat. Voor sommige mensen die de diagnose krijgen, kan dat aanleiding zijn om om hulp bij zelfdoding te verzoeken. Lees verder…

Proefschrift niet-strafbare hulp bij zelfdoding.

Stichting De Einder deelt met trots mede dat onderzoeker Martijn Hagens op 19 mei zijn proefschrift Niet-strafbare hulp bij zelfdoding verdedigt bij de Vrije Universiteit. Hagens heeft in samenwerking met De Einder onderzocht de kenmerken van deze niet-strafbare hulp bij zelfdoding buiten de euthanasiewet en de kenmerken van de mensen die deze hulp ontvangen. Lees verder….

Euthanasie met wilsverklaring bij dementie

Indien u een wilsverklaring heeft leest u dan zeker bijgaand artikel, het kan van belang zijn voor het overleg met uw huisarts. Lees meer…

Stervenshulp

Amy Bloom schrijft in In liefde over de alzheimer en het afscheid van echtgenoot Brian, die door zelfdoding onder begeleiding in Zwitserland overleed. Lees meer…

Ook bij de Einder melden zich regelmatig jonge mensen met een doodswens.

De consulenten in samenwerking met de Einder trachten ook met hen in gesprek te komen over mogelijke alternatieven en betrekken van naasten. Dit gesprek heeft niet altijd tot resultaat dat de doodswens meer op de achtergrond komt, de betrokken consulent blijft dan ondersteunen. Dat er alternatieven kunnen zijn wordt helder uit bijgaand artikel. Lees verder…

KNMG is van het pad af bij euthanasie dementerenden.

Artsen en rechters mogen nooit aan de grondrechten van demente patiënten voorbij gaan. Maak het begrip lijden
niet nóg elastischer. Lees verder…

Breekpunt? Kunnen we eerst over voltooid leven “praten”?

Het debat over een vrijwillig levenseinde verdient een meer genuanceerde benadering, schrijft Meta Knol. 

‘Femme avec parasol dans un jardin’ (1875), Pierre-Auguste Renoir. 

Op de vijftiende verjaardag van onze oudste zoon knoopte Joke, mijn Indische schoonmoeder, ondeugend haar blouse open en liet het T-shirt zien dat ze eronder droeg. Het was zwart, met een tekst in grote, witte blokletters. ‘The end is near’, lazen we. 

Ze vertelde dat ze, hoewel dat waarschijnlijk nog ver in het verschiet lag, aan het nadenken was over de dood. Ze had bijeenkomsten en filmfestivals bezocht en was lid geworden van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Onder het T-shirt droeg ze een ketting met een penning die duidelijk maakte dat ze in geval van nood niet meer gereanimeerd wilde worden. Temidden van het verjaardagsgedruis namen we haar ontboezemingen als familie in ons op. We waren niet verbaasd. 

Bijna negen jaar later, na een lang proces van voorbereidingen, nam Joke op 4 maart van dit jaar twee tabletten in, voorafgegaan door anti-braakmiddelen en een flinke dosis paracetamol. Binnen twintig minuten verloor ze het bewustzijn, omringd en bijgestaan door haar beide zoons. Ze overleed na ruim een uur. Het was een intens, intiem, liefdevol en onvoorstelbaar moedig levenseinde. 

In de maanden ervoor hadden we Joke met onze kinderen vaak bezocht. Ze keek met ons terug op meer dan tachtig veelbewogen jaren, van de ellende in de Jappenkampen en de Bersiap-tijd tot de gelukkigste momenten van haar jeugd, toen ze ’s zomers in Zwitserland bergen beklom. 

We haalden Indonesisch eten bij de nabijgelegen toko en terwijl wij proefden van de lekkernijen vertelde Joke over toen, nu en straks. Haar biotoop – een museumhuis vol boeken, foto’s, schilderijen en Indische spullen – gaf kleur en geur aan haar aanwezigheid en haar verhalen. Maar met elk bezoek kwam ook het afscheid dichterbij. Want voor ons was het rouwproces al begonnen toen ze tijdens de kerstdagen had aangekondigd dat het nu wel ongeveer tijd werd. 

Hel en verdoemenis 

Zelf heb ik altijd gedacht dat die open omgang met de dood typisch Indonesisch was. Dat de innige verstrengeling van dood en leven in de cultuur van mijn schoonouders nu eenmaal veel vanzelfsprekender was dan in mijn eigen, protestantse familie, waar de dood van oudsher werd ingezet als boodschapper van angst, en waar zonde, hel en verdoemenis op de loer lagen. 

Maar het kan ook zijn dat mijn schoonouders een zekere gelatenheid ten opzichte van de dood hadden ontwikkeld omdat ze er in hun jeugd al zo vaak mee geconfronteerd waren. Mijn schoonvader kon smakelijk vertellen over de krokodillen die rondzwommen in de rivier naast het ouderlijk huis op Buru, het eiland in de Molukken waar hij opgroeide. Of dat hij als jongen een keer uit een boom was gevallen van schrik, omdat hij recht in de ogen van een slang keek. In ons huis hangt een foto waarop Hans schuin in de bocht hangt, tijdens een motorrace op het circuit van Zandvoort, begin zestiger jaren. Risico’s nemen, dat deed je gewoon. De dood, daar verhield je je toe, die mocht uitgedaagd worden. Dat hoorde bij het leven. 

En toch leverde Hans, die na een ziekbed van drie weken in 2005 overleed aan longkanker, een mensonterende, dagenlange en keiharde doodsstrijd. Kronkelend lag hij in zijn bed, ijlend van de morfine, ons als familie in ontreddering achterlatend. Met die heftige ervaring begon voor Joke, zijn weduwe, het nadenken over een waardig levenseinde. 

Waarom schrijf ik dit op? Ik heb er de afgelopen maanden veel over nagedacht. De keuze van Joke heeft mij eraan herinnerd dat een waardig einde ook een ode aan het leven zelf kan zijn. Wij hebben van haar geleerd dat een voltooid levenseinde een diepe, wezenlijke ervaring kan geven aan mensen die van elkaar houden; een ervaring die geliefden en generaties verbindt, mits het in alle openheid wordt gedeeld en besproken. 

Voor Joke was het recht op zelfbeschikking essentieel, als vorm en uitdrukking van humaniteit. Doordat er geen taboe op lag, konden we die wens als familie respecteren en haar tot het einde toe begeleiden. Tegelijkertijd realiseerden we ons dat het een heel persoonlijke wens betrof, waar ieder van ons gevoelsmatig en rationeel anders mee om ging. Zelf kan ik me bijvoorbeeld niet voorstellen dat het uitkijken naar een zelfverkozen dood op een dag belangrijker zou kunnen worden dan mijn levenslust of de verbinding met mensen om mij heen. 

Door dit alles heb ik me wel gerealiseerd dat de omgang met de dood óók een cultureel gegeven is, dat met alle diversiteit en schakeringen in onze samenleving vraagt om een open, genuanceerde uitwisseling van ervaringen, informatie en standpunten. In plaats daarvan overheerst het taboe. Het verhaal van Joke is niet uniek, maar het behoort wel tot een categorie die bijna altijd binnenskamers blijft. 

‘Breekpunt’ van de formatie 

De hier beschreven persoonlijke ervaring staat daarbij in een schril contrast met de harde maatschappelijke tweespalt over het vrijwillige, voltooide levenseinde, dat recent zelfs tot ‘breekpunt’ van de kabinetsformatie werd verklaard. Het is treurig om te zien hoe een maatschappelijk taboe met veel tamtam en zonder enige vorm van inhoudelijke reflectie wordt ingezet als instrument van een politieke machtsstrijd, in een samenleving die toch al door en door gepolariseerd is. 

Zo wordt de kabinetsformatie aan ons gepresenteerd als een zaak van leven of dood. Ik zou het maatschappelijke debat over een vrijwillig levenseinde en het recht op zelfbeschikking een meer respectvolle en genuanceerde benadering toewensen. Zou het niet beter zijn als dergelijke gevoelige onderwerpen eerst in alle openheid worden belicht en besproken? 

Als familie hebben wij niet gekozen voor het scenario dat Joke voor zichzelf in petto had. We hebben wel geprobeerd het te verwerken en te accepteren, en zo hebben we een weg gevonden om ermee om te gaan, omwille van háár. Het einde was verdrietig, zacht en liefdevol. 

Maar omdat huisartsen een niet-natuurlijke dood moeten melden, werden we meteen daarna als familie overvallen door een lokaal politieteam, dat ieder van ons afzonderlijk zou gaan verhoren, onmiddellijk overging tot huiszoeking en autopsie en Joke’s telefoon en computer in beslag nam, terwijl de officier van justitie op de achtergrond telefonisch de regie nam. In die dagen wenste ik dat wij niet in Nederland maar in Oregon leefden, de Amerikaanse staat waarin al meer dan twintig jaar een Death with Dignity-wet bestaat die waarborgt dat mensen op een waardige manier kunnen kiezen voor een vrijwillig levenseinde, zoals inmiddels ook mogelijk is in Washington, Montana, Vermont en Californië. 

Kort na het overlijden van Joke stuurde de buurman ons een brief. Hij had Joke een paar dagen ervoor nog zaad zien uitstrooien over haar wilde bloementuin. Hij beschreef hoe op zomerse avonden de bamboeklanken van het Angklungorkest, dat jarenlang elke dinsdagavond bij haar in de loods repeteerde, doorklonken tot in zijn eigen tuin. Het was een eenvoudig en troostrijk bericht. Voor ons was het logisch dat Joke in de week voor haar dood nog bloemen zaaide, omdat ze daarmee ook het leven doorgaf. Het tekent haar levenseinde. Daar kan, eerlijk gezegd, geen kabinetsformatie tegenop. 

Ook onder artsen komt het denken over een zelfgekozen dood steeds meer op gang.

Ook onder artsen komt het denken over een zelfgekozen dood steeds meer op gang.
Meer hierover kunt u lezen in dit artikel uit het laatste nummer van Medisch Contact  waarin ook een bestuurslid van de Einder aan het woord komt.

In een opiniestuk in NRC spreekt Boudewijn Chabot zich uit over het (gebruik van) middel X.

In een opiniestuk in NRC spreekt Boudewijn Chabot zich uit over het (gebruik van) middel X. Dit middel staat in de aandacht vanwege de lopende rechtszaak tegen Steven S en het onderzoek van het Openbaar Ministerie (OM) tegen een aantal leden van de Coöperatie Laatste Wil.

De Einder is voorstander van een wet op het recht op sterven en transparantie over de methoden en middelen die daartoe beschikbaar zijn, als ook de effecten daarvan. De situatie in Nederland laat duidelijk te wensen over.
Diverse partijen en personen zetten zich niet aflatend in om het debat te voeren en wijzigingen in de wet verankerd te krijgen.
En hoewel de zienswijzen en werkwijzen daarbij uiteenlopen, streven we uiteindelijk allen hetzelfde doel na: het recht om humaan te sterven in eigen regie.

Het artikel is hier terug te lezen.

 

Samen kiezen voor het einde is niet zo simpel

De NVVE heeft ‘de indicatie’ dat meer stellen bezig zijn met gezamenlijk afscheid nemen van het leven. 

Rianne Oosterom2 oktober 2021, 01:00  

De rouwadvertentie van Jan en Joop Ekelmans, die samen uit hun ‘voltooid leven’ stapten, roept de vraag op: is samen sterven in opkomst? Stellen lijken in ieder geval vaker om informatie te vragen over gezamenlijke suïcide.   

‘Hebben het leven in onderling overleg zelfstandig verlaten.’ Het was een droog zinnetje in de rouwadvertentie van Jan en Joop Ekelmans in Trouw, sinds 1953 aan elkaar verbonden. Ze noemden zichzelf ‘mondige stervelingen’ en kregen tot hun teleurstelling geen hulp van een arts bij hun zelfgekozen einde.  

De advertentie roept de vraag op of samen sterven in opkomst is, nu er al zo’n tien jaar gepraat wordt over voltooid leven, maar het wetsvoorstel van D66 nog lang niet is aangenomen. Afgelopen maand verscheen ook het boek Samen waardig sterven, geschreven door Guido Dieperink, die vandaag in Trouw het verhaal van zijn ouders vertelt.  

“We hebben de indicatie dat er meer mensen mee bezig zijn”, zegt Dick Bosscher, bestuurslid bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), waar Jan Ekelmans in de jaren tachtig voorzitter van was. “Toen dit mij twee jaar geleden werd gevraagd, zei ik nog dat het zelden gebeurde, dat is nu anders.”  

Als het binnen de huidige regelgeving niet kan, dan denken mensen: ik regel het zelf wel, vermoedt hij. Hij benadrukt dat hij niet weet hoeveel stellen die bij de NVVE om informatie vragen ook daadwerkelijk overgaan tot gezamenlijke suïcide. Aantallen kan hij daarom niet geven, maar Bosscher ziet wel een toename.  

Een nieuwe generatie mondige ouderen  

Stichting De Einder, een organisatie die mensen begeleidt richting hun zelfgekozen einde, ziet eveneens dat het aantal echtparen dat een gezamenlijk gesprek wil toeneemt. Het gaat om stellen die spelen met de gedachten om er samen uit te stappen en zich willen laten informeren.  

“Ze willen niet op het moment zelf dood, maar ze willen wel goed voorbereid zijn”, zegt Catharina Vasterling, die de consulenten van de stichting begeleidt. Dat past volgens haar bij een nieuwe generatie mondige ouderen die zelf willen beschikken over hun einde, soms apart en soms samen.  

“Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt het toch vaak ingewikkeld om er samen uit te stappen. Het lijkt mooi, maar het is niet zo simpel om het ook te doen”, zegt ze. Van een toename is volgens haar op dit moment geen sprake. “Het gaat om één of twee stellen per jaar.”  

Wordt de wens echt door beiden gedeeld?  

Ook bij Stichting LevenseindeCounceling, waar drie levenseindebegeleiders actief zijn, kloppen met enige regelmaat echtparen aan die overwegen om er samen uit te stappen. Uiteindelijk zijn er niet veel stellen die er ook echt toe overgaan, ziet Frank Vandendries, een van de consulenten, in de praktijk.  

“Het grote euvel is dat zo’n dubbele suïcide een romantisch einde lijkt, maar in de praktijk toch vaak aan de orde is dat de één er de ander wat in meeneemt”, zegt hij. “Tijdens de gesprekken bespreken we dan ook de cruciale vraag: wordt de wens om te sterven echt door beiden gedeeld?”  

Bekend is het drama uit de jaren tachtig, dat belicht werd in de spraakmakende documentaire Zij moest eerst over het echtpaar Lucie en Rein van Bemmelen. Ze zouden er vlak na elkaar uitstappen, zij eerst en hij een paar weken daarna. Maar toen zij was overleden, vertrok hij met haar geld naar zijn minnares in de Oostenrijkse bergen.  

Bosscher van de NVVE noemt samen sterven ondanks deze risico’s ‘een goede zaak’ als mensen hier samen overtuigd voor kiezen. “Wie kan erop tegen zijn als mensen er ook nog goed met de familie over hebben gesproken, zoals ook in de advertentie van Jan en Joop Ekelmans staat?”